2.2
De Reisweg
De reisweg begon in Keerbergen op 14 april 1991 om te eindigen in Santiago de Compostela op 22 juli 1991.
Na 100 dagen stappen en iets meer dan 2.000 kilometers kwamen Karel en Rik aan.
Dit kwam overeen met 14 weken, symbolisch met de 14 staties van een kruisweg.
De moeilijke en zware momenten werden rap vergeten, wat overbleef was een intense vreugde.












Een zeer koude nacht – toch lekker diep in de slaapzak hebben we het niet koud gehad.
Wel was het niet aangenaam om er uit te komen – vlug de warme met de erg koude kleren te verwisselen – en zoveel mogelijk aantrekken – veel bewegen met zo vlug mogelijk alles in te pakken – de zoon bracht ons een emmer warm water in de plaats van koud zoals we gevraagd hadden – daardoor waren we helemaal opgefrist.
We kregen nog een kom warme melk met veel suiker aangeboden en een pakje met enkele choco-prince stopte moeder ons in de hand als we afscheid namen.
Ze is tot aan de poort meegelopen om ons nogmaals het allerbeste toe te wensen.
't Is vriesweer – handschoenen vergeten !! nog nul graden als we pas vertrokken zijn – gelukkig was het bergaf bij het begin – aan Laval-Morency willen we de bocht van de grote baan afsnijden – zonder kompas – we lopen verloren en komen ongeveer aan 't vertrekpunt uit – we keren gewoon terug – gelukkig weer dalen en dan vinden we de juiste richting wel.
In L'Échelle wordt het hoog tijd om proberen contact op te nemen met Venus.
Na haastig rondlopen – en veel vragen – geraakt de Rik toch in de mogelijkheid …
Vergeet natuurlijk van alles – zelfs de groeten aan de thuisfronten – maar hij weet meteen dat de mannen van de Foto- en diaclub ons aan het zoeken zijn langs de grote baan.
En toeval of voorzienigheid – wanneer we nog maar enkele honderden meters op die weg aan 't wandelen waren – komen zij ons tegen wanneer ze besloten hadden het zoeken op te geven en naar huis weer te keren.
We wilden samen naar een "afspanning" zoeken die in de nabijheid toch niet te vinden was – we hebben dan staande langs de baan van gedachten gewisseld – terwijl er heel wat beelden werden vastgelegd.
Frans Jennes had ook de lange brief van thuis mee – met de drukknopen – en vele adressen. Hartelijk dank.
Terwijl hebben wij hun belegde broodjes opgesmuld zonder drinken.
We kregen zelfs een lichte sneeuwlaag te doorklieven – en even later lag ik op een dikke beuk lang uitgerekt lekker te zonnen.
Rik ontdekte – tussen de wilde aardbeien in bloei langs de wegkant – het zeldzame plantje "eenbes".
't Was ver tot in Signy-l'Abbaye – zonder drinken. Je kan begrijpen dat dat eerste pintje deugd deed.
We zijn daarna maar eens naar een Auberge de l'Abbaye getrokken om eens duchtig te eten en lekker te slapen – na een week mocht dat wel eens !?!
Normaal gezien hebben we zeker al 160 km afgelegd – met de verschillende kaarten kunnen we nu moeilijk nameten.
Van vandaag af proberen we de afstanden te noteren …

We verwachten de generale staf van de familie tegen 11U in Méry-sur-Seine – 9 km verder.
Heel vlug stappen we over de brug van de Aube naar de Vallei van de Seine toe.
Bijna klokslag zijn wij op de plaats van de afspraak aangekomen.
Terwijl we even (moeten !) wachten, maken we van de gelegenheid gebruik om contact te nemen met Radio Venus vanuit een telefooncel – dat is minder gelukkig omdat de tijd zo beperkt is.
Ondertussen komt de familiewagen aan. Er was daarvoor al belangstelling geweest van reporters van een plaatselijk dagblad (morgen zijn we weer eens nieuwsgierig).
Het reizend restaurant De Vriendt staat 500 m opzij en is bezig het middagmaal klaar te stoven.
Ondertussen komt een tweede wagen aan – Frans Jennes, Jos en Marc.
Een rumoerig picknicken aan een bocht van de Seine rond een grote stenen tafel.
Dan kwam het afscheid van Willy De Vriendt en zijn keukenprinses en de groep van Frans Jennes keerden ook weer met een band vol beelden en Marc een bladzijde gegevens over "de Pelgrims in de Nor".
De familie is dan verder met ons meegegaan met verschillende stopplaatsen … tot in Fontaine-les-Grès.
We hebben daar nog eens samen gedronken en samen gegeten.
Spijtig – pas een half uurtje na hun vertrek vonden we maar slaapgelegenheid door hulp van de adjunct in de kleedkamers van het sportveld een paar honderd meter verder in dezelfde straat.
Nog even contact met de zoon van de adjunct die geschiedenis studeert en dus zeer geïnteresseerd was – daarom bracht vader een grote fles rode wijn – of het nog niet genoeg was voor die dag !!!!

Spijtig genoeg moeten we Vézelay verlaten, schijnt niet gemakkelijk.
't Is al laat vooraleer we de kathedraal verlaten.
't Weer nodigt ook niet uit om er tegen in te vliegen.
Nog altijd killig grijs – gelukkig gaat het erg bergaf om buiten de stad te geraken. Aan de parking buiten de muren een gezellige babbel met een gezond koppel 50-60 die het leuk vonden zo'n aardig paar pelgrims zo ver van huis te mogen ontmoeten – een paar foto's om te kunnen bewijzen in Keerbergen dat zij ons gezien hebben – een Leuvenaar en een Antwerpse.
Mooie wandeling – zeer rustig – eenzame streek, soms mooie vergezichten – toch sterk dalend en klimmend.
Een blijvend beeld – wanneer we in Monceaux-le-Comte even waren, gaan we rusten in een mooie nette auberge-restaurant – waar het er erg deftig aan toe ging – komt één van de stille gebruikers, zeker niet zat – als we klaar zijn om te vertrekken naar mij toe – zonder iets te zeggen, neemt hij mijn paternoster vast en streelt even het kruisje …
We groeten en danken.
In Chitry-les-Mines liggen de fossielen zo maar te rapen op de stenen die de geveltuintjes afboorden.
We sukkelen wat om slaapgelegenheid te vinden, ze willen altijd iets beter geven en denken daarom dat wat zij hebben niet goed genoeg is.
Het verhoog in een feestzaaltje van het kleine gemeentehuis …
Als Rik 's morgens gaat bedanken, krijgt hij nog chocolade, koekjes en zelfgemaakte confituur mee.
We wuiven ten afscheid – de vrouw van de burgemeester die gisteren eerder afwijzend was.
Die dag hadden we een serieuze afstand afgelegd van Vézelay, over l'Étang, Fontenay, Nuars, Vignol, Monceaux-le-Comte, Courcelanges, Chitry-les-Mines naar Chaumot , +/- 27 km.
Uit het telefonisch contact met Radio Venus weten we dat nonkel Willy het zotte idee had gekregen van ons toch eens achterna te komen …
Die maandag viel er niet tussen uit.

Van regen naar regenachtig – wassen en inpakken, nakijken …
Ondertussen waren de eitjes gebakken – morgenmaal bij het brandend haardvuur.
Eerst telefoneren met Radio Venus, daardoor liep het vertrek en het afscheid wat langer uit.
We zouden vandaag het verder zeer kalm doen.
Van Abbaye de Prébenoît over Saint-Dizier-les-Domaines naar Châtelus-Malvaleix – daar was het een mislukte handelsfoor – en ook nog een zeer vroeg in de namiddag .
't Ging goed en we probeerden verder …
't Was wel veel klimmen maar niet sterk tot in Le Chène – wel een kruispunt met een hotel-restaurant maar verder niet veel.
Door naar Villevaleix of beter nog tot Jouillat.
Na lang wachten bij Mevrouw van de Beenhouwer komt de bediende van de gemeente gestuurd door de burgemeester met de sleutel van het gemeentehuis.
Het klein zaaltje …

We hadden tijd – de mis zou pas om 10.30u beginnen.
Jos Verelst had met de pastoor afgesproken om mee te celebreren, dus konden we niet anders dan op zulke hoogdag mee te vieren nadat we samen het morgenmaal hadden genomen.
De drie anderen hebben voor ons bijbetaald.
Na de mis hebben we contact genomen met Radio Venus – de taartjes gegeten die ze bij hadden met nog een kopje koffie.
Zo was het al omstreeks 13u als we op stap trokken. We meenden ons gemiddeld aantal km te stappen, maar de rest van de groep had al na 12 km rijden een hoeve gevonden met Chambre d'Hote. Dus profiteren we maar weer.
Misschien is wat meer rusten minder slecht, al mocht ik vandaag weer niet klagen over echte voetklachten. 't Viel zeker mee, al is 't plooien nog altijd stram en niet lenig, het afdalen is nog moeilijk.

Dit was ook een rustdag en ze zijn met wagen naar Mussidan gebracht omwille van de pijnlijke voet van Karel.

Overtrokken – minder warm, neiging tot regen
Een lange rechte vlakke weg – afgeboord met platanen die even weg buigt van de D933 die terug naar Périgueux wijst.
Tamelijk druk verkeer (zondagvoormiddag).
7 weken voorbij – onderweg – de voorziene tijd als 't ware half op – hopelijk zijn wij ook halfweg – vanuit een groot hotel (de priester van het Broederschap niet thuis te vinden)

Zonnig, namiddag tot in de wolken, 's avonds nat en koud.
We verlaten Frankrijk en betreden Spanje.
Van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Roncesvalles klimmen we over een afstand van 20 km van 181 m tot 1430 m hoogte om dan weer snel af te dalen tot 893 m.
Mooie maar zware étappe. We hebben zowel zwarte - als witte sneeuw gezien.
De beproeving toch goed doorstaan …
We groeten daarom dankbaar vanuit de abdij.

Grijs – regenachtig
Korte heuvelachtige zondagsétappe tot over de Ebro
Tussen de olijfbomen, door veengebieden, langs verkrotte wijkjes tot over de Ebro …
Ooievaars nestelen op de hoge kerktoren van de Maria-kerk.
We bezoeken de kathedraal van Sint-Jacob de Morendoder en worden daar naar het Gemengd Klooster van de Vrede doorverwezen.
We kunnen er heerlijk eten, wassen, eten en slapen.

Eerst nevelig maar dan zomers warm
Speciaal vroeg op stap om bijtijds in Villafranca te kunnen telefoneren.
Daarna een geweldige en lange klim over brede brandwegen door het eikenstruikgewas naar het klooster van San Juan.
We logeren in een frisse en fijne refugio.

Gelukkig een kleine étappe, zou anders te warm geweest zijn ook.
Dus meer dan zomerweer van bij ons !
We blijven op dat tamelijk vlak armzalig hoogplateau met die moeilijke wegen door die donkerbruine ronde rolkeien.
We gaan met de caravan terug buiten het stadje omdat we pas vanaf 18u in de refugio binnen mogen.

Zwaar bewolkt regenachtig en zwoel – echt veel nat viel er niet – terwijl waren we in de kathedraal of in de bar.
Het klimmen valt mee, we passeren enkele pittoreske dorpjes.
Spijtig worden de versleten strooien daken te veel door Eternieten golfplaten vervangen of volledig aan de vernieling overgelaten.
De kathedraal van Astorga – gotisch van constructie en Renaissance van afwerking krijgt onvoldoende tijd – 't is zondag – mis – en telefoneren – een lange étappe.
De wegen zijn lang, recht en goed begaanbaar, het landschap is afwisselend en er komen meer struiken en bomen op de hellingen voor.
De refugio naast de kerk is oud maar fris opgeknapt.
Een Belgisch koppel uit Vlaanderen verwelkomt ons – zij blijven hier enkele weken op vrijwillige basis.
't Is zijn eerste vrouw die in 1986 op weg naar Santiago verongelukte in de streek van … (De Craemer zie vroeger).

't Is nog altijd zomer.
We vinden een nette refugio (spijtig zonder bedden) in het klooster bij de witte paters.
Heerlijk feestmaal samen met de volgers.

Na ons kop koffie met de kleine groep tegen 9u naar de kerk – gezamenlijk maar intiem rond het altaar.
Nog even telefoneren naar Keerbergen.
Omstreeks 11u start naar de voorste linie – een stralende zon maar de overgroeide holle wegen beschermen ons aangenaam tegen de sterke zonnestralen.
De wagen van Christine Baestaens haalt ons nog juist in.
Gisteren hadden ze ons niet gezien maar hadden ze wel andere vrienden ontmoet.
En net voor de eindbestemming van de dag rijdt de groep wielrenners uit Sint-Pietersleeuw ons voorbij.
Bij een oud kapelletje onder de eikenbomen houden we rust en willen hier ook buiten slapen.
Aangekomen

